Veulens

Veulens

Neonatologie/veulen-IC

Neonatologie staat voor ‘leer van de ziekten van de nieuwgeborenen’. Een ziek, jong veulen is niet te vergelijken met een ziek, volwassen paard en heeft een andere, specifieke behandeling nodig. Lingehoeve Diergeneeskunde verleent deze veulens de extra zorg die nodig is. Dat houdt in dat ernstig zieke pasgeboren veulens worden opgevangen en behandeld.

Intensieve zorg

Zieke veulens hebben vaak een slechte start gehad en kunnen snel achteruit gaan. De veulens hebben bijvoorbeeld te maken met de gevolgen van zuurstoftekort tijdens de geboorte, hebben te weinig biest opgenomen, of gaan achteruit door diarree.  Deze kwetsbare pasgeborenen hebben snel intensieve zorg nodig. Deze extra zorg wordt bij Lingehoeve Diergeneeskunde verleend op een speciale intensive care afdeling (veulen IC). De behandeling vindt plaats in een stal waarbij merrie en veulen lijfelijk gescheiden kunnen worden, maar wel contact met elkaar houden.

De patiënt wordt de klok rond beoordeeld en behandeld. Vaak moeten de veulens gedurende een langere periode aan het infuus, krijgen sondevoeding, antibiotica en andere medicijnen. De veulens worden regelmatig gedraaid om drukplekken te voorkomen en krijgen bijvoorbeeld fysiotherapie. Bloedonderzoek wordt heel regelmatig gedaan, zodat snel op eventuele veranderingen kan worden ingesprongen. Voor de behandeling van de veulens maken we zoveel mogelijk gebruik van de nieuwste apparatuur en technieken in de neonatologie. Een voorbeeld daarvan is de infuusrugzak. Dit systeem zorgt ervoor dat het veulen zich vrij door de stal kan bewegen en zelfs bij de merrie kan drinken. Bij de eerste opvang wordt bij u een intake gesprek afgenomen. Het veulen wordt klinisch onderzocht en er wordt bloed afgenomen om te beoordelen hoe het veulen er op dat moment er aan toe is. Met al deze informatie bekijken we wat er aan de hand is en wat de kansen zijn. Soms is het veulen er zo slecht aan toe dat behandeling niet zinvol is. Als het wel zinvol is om te behandelen, stelt Lingehoeve Diergeneeskunde een behandelplan op en wordt er een kostenindicatie gemaakt. De eigenaar moet goed beseffen dat neonatologie gezien de benodigde apparatuur, medicamenten en de intensiviteit van de zorg een kostbare aangelegenheid is.

Team

Het intensieve-zorgteam bestaat uit dierenartsen, veulenbrigadiers en paraveterinairen. De veulenbrigadiers zijn studenten Diergeneeskunde die in laatste fase van hun studie zitten. De brigadiers zijn bijzonder enthousiast en staan dag en nacht klaar voor het zieke veulen. Onder leiding van de dierenarts wordt het behandelplan uitgevoerd en het veulen optimaal verzorgd.  

Standsafwijkingen bij het veulen

Bij het pasgeboren en oudere veulen zijn verschillende standsafwijkingen van de benen mogelijk. Zowel in het sagittale vlak wanneer we het veulen van de zijkant beoordelen, als in het frontale vlak wanneer het van de voorkant beoordeeld wordt. Daarnaast kan er ook sprake zijn van een zogenaamde rotatie. Deze laatste groep is bij het klinische onderzoek redelijk eenvoudig te onderscheiden van de andere standsafwijkingen, maar zeer moeilijk te behandelen. De rotatie zal verder niet worden besproken. Bij sagittale afwijkingen kan er sprake zijn van hyperflexie (te veel buiging) of hyperextensie (te veel strekking). Een van de meest voorkomende sagittale afwijkingen is een hyperflexie: de zogenaamde bokvoet, contractuur van de diepe buigpees of standsafwijking vanuit het hoefgewricht genoemd. Over het algemeen wordt deze standsafwijking in 2 typen onderverdeeld:

  • Type 1: de dorsale lijn van het toongedeelte (voorkant hoef) bevindt zich voor de loodlijn met de grond.
  • Type 2: de dorsale lijn van het toongedeelte (voorkant hoef) is de loodlijn van de grond gepasseerd. Andere locaties van standsafwijkingen in het sagittale vlak zijn mogelijk in het kootgewricht, de voorknie en de sprong.

Afwijkende standen in het frontale vlak kunnen grofweg onderverdeeld worden in een standsafwijking naar buiten, een zogenaamde valgus of een afwijking naar binnen, een zogenaamde varus. Door exact het frontale vlak te beoordelen, kan worden bekeken waar de standsafwijkingen zich bevinden. Meestal is dat ter hoogte van het kootgewricht of de voorknie.

De oorzaak van standsafwijkingen is multi-factorieel. Aangeboren afwijkingen zoals een verkeerde ligging in de baarmoeder, maar ook afwijkingen gedurende de ontwikkeling zoals een groeischijf ontsteking, kunnen een rol spelen. Andere oorzaken zijn bijvoorbeeld overmatige voeding, overmatige groei en pijn.

Wanneer in een vroeg stadium standsafwijkingen worden herkend, is het mogelijk om de afwijking conservatief te behandelen. Conservatieve therapie kan bestaan uit bekappen, het aanbrengen van verlengingen van de hoornschoen (extensies), het aanpassen van het rantsoen, het toedienen van pijnstillers/ontstekingsremmers of het immobiliseren van het been door gips/spalk verbanden. De therapie wordt bepaald door de bevindingen van het klinische onderzoek. Als conservatief management onvoldoende resultaat heeft of als de standsafwijking te ernstig is, dan is chirurgie geïndiceerd. Bij een sagittale standsafwijking van het hoefgewricht (bokvoet) is het doornemen van een pezige structuur (distale check ligament) de eerste keus. Veelal wordt het doornemen gecombineerd met het aanbrengen van een ijzer/schoentje met een verlengde toon, een zogenaamde toonextensie. Het veulen zal op latere leeftijd goed kunnen functioneren en het doornemen heeft geen negatieve invloed op het gebruik als sportpaard. Bij een ernstige contractuur van het hoefgewricht, de type 2 afwijking, wordt het doorhalen van de diepe buigpees beschreven. Daarmee is een sportieve carrière niet meer haalbaar.

Chirurgie bij standsafwijkingen in het frontale vlak kan bestaan uit groeibevorderende of groeivertragende maatregelen. Combinaties zijn ook mogelijk. Beide ingrepen worden steeds ter hoogte van de actieve groeischijf uitgevoerd. Ook deze chirurgie wordt vaak gecombineerd met het aanbrengen van extensies aan buiten -of binnenzijde van de voet.

Voorkómen is echter nog steeds beter dan genezen. Het is daarom belangrijk dat de voeten van het jonge veulen op dag 1 al worden beoordeeld. Het gezonde, ‘rechte’ veulen moet op een leeftijd van 4 weken voor het eerst naar de smid gevolgd door bezoeken om de 5 weken. Het veulen met een standsafwijking dient veel intensiever te worden gevolgd. De veulenvoet groeit namelijk veel sneller (15 mm/maand) dan de volwassen voet (9 mm/maand). Aan de ene kant kunnen subtiele afwijkingen dus snel verslechteren, aan de andere kant geeft deze snelle groei ook de mogelijkheid om op jonge leeftijd afwijkingen vrij intensief te behandelen.

Het vroegtijdig (h)erkennen en corrigeren van subtiele standsafwijkingen is daarom erg belangrijk en bovendien zijn, met kennis van zaken, correcties relatief gemakkelijk uit te voeren.

De beste zorg voor uw paard!

Kwaliteit, innovatie en laagdrempeligheid. Dat is waar Lingehoeve Diergeneeskunde voor staat. We werken met een team van toegewijde dierenartsen en paraveterinairen die ieder hun eigen interessegebied hebben en op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen.