Orthopedie

Orthopedie

We spreken over orthopedie als uw paard een stoornis heeft aan de botten, spieren of gewrichten, kortom: het bewegingsapparaat. Kreupelheid is een van de meest voorkomende aandoeningen van het paard en het stellen van de juiste diagnose is het hoofddoel van een uitgebreid kreupelheidonderzoek. Alleen op deze manier kan het probleem van het paard op de juiste wijze worden aangepakt. Om een goed kreupelheidonderzoek uit te kunnen voeren heeft Lingehoeve Diergeneeskunde de beschikking over een overdekte rijbak (hal), een harde volte met speciale stenen die het uitglijden van de paarden, zelfs beslagen, verhinderen, een zachte volte, een overdekte monsterbaan en een monsterbaan in de open lucht.

Na een klinische beoordeling waarbij met lokale verdovingen de kreupelheid wordt gelokaliseerd, kunnen wij met behulp van beeldvormende technieken (zie beeldvorming) tot een juiste diagnose komen en een passende therapie aanbieden. Afhankelijk van de bevindingen tijdens het kreupelheidsonderzoek (zie kreupelheidsonderzoek) kan ook gebruik worden gemaakt van scintigrafie en CT-scan (zie ook www.vetct.nl). Lingehoeve Diergeneeskunde werkt op het gebied van orthopedie nauw samen met specialisten wereldwijd, een fysiotherapeut en een goed uitgeruste smederij waardoor de patiënt direct voorzien kan worden van een correctief, orthopedisch beslag (zie hoefsmederij). Ook kunt u voor de nieuwste gewrichtsmedicaties (IRAP) of behandelingen van peesproblemen (PRP) terecht bij Lingehoeve Diergeneeskunde.

IRAP®/orthokin® is de nieuwste gewrichtsbehandeling bij het paard. Bij deze behandeling wordt bloed van de patiënt zelf afgenomen. Vervolgens worden in een bepaald procedé speciale eiwitten aangemaakt. Deze therapie is gebaseerd op een verhoogde productie/concentratie van lichaamseigen eiwitten. Het procedé duurt ongeveer 24 uur voordat IRAP klaar is en levert ongeveer 6 tot 8 behandelingen speciaal voor úw paard op. Lingehoeve Diergeneeskunde bewaart de IRAP in de vriezer en in overleg met de behandelend dierenarts kunt u er gebruik van maken.

PRP® (Platelet Rich Plasma) is een kleine hoeveelheid plasma waarin een grote hoeveelheid bloedplaatjes zitten. Bloedplaatjes bevatten veel groeifactoren die weefsels helpen regenereren. Het wordt toegepast bij wonden, botgenezing en ook bij peesproblemen. Door peesletsels te behandelen met PRP activeer je het genezingsproces en zorg je voor een betere kwaliteit van het weefsel. Ook bij de productie van PRP wordt van de patiënt bloed afgenomen en volgens een bepaalde procedure verwerkt. Het scheiden van de bloedplaatjes gaat snel en na een half uur is het proces klaar en kan PRP worden toegediend. Het peesprobleem wordt met behulp van echografie in beeld gebracht en ingespoten.   

HET PAARD IN ONDERDELEN: DE KNIE

Het kniegewricht van het paard is een complex gewricht bestaande uit 3 verschillende compartimenten. Het kniegewricht van het paard bestaat uit drie beenderen, het bovenbeen (femur), het onderbeen (tibia) en de knieschijf (patella). De patella zit aan de voorzijde van de knie waarop grote spieren aanhechten. De ruimte tussen het bovenbeen en het onderbeen wordt opgevuld met 2 weke delen structuren, de beide menisci. Zowel aan de binnen als buitenkant zit een meniscus. Paarden hebben  dus een mediale (binnen) en laterale (buiten) meniscus. De gewrichten worden bij elkaar gehouden en verstevigd door gewrichtsbanden en kruisbanden.

Een goede werking van de knie is voor het paard als gebruiksdier essentieel. Bij iedere vorm van beweging speelt de knie een belangrijke rol. Tijdens extreme inspanningen ontstaan er enorme krachten en wordt de knie fors belast. Iedere tak van paardensport, zoals de dressuursport, springsport, draf- en rensport vraagt veel van het kniegewricht.

Als een paard kreupel loopt, verzet toont tijdens het werk, of onvoldoende presteert dan zouden er problemen kunnen zijn met de knie. Dat geldt in principe ook voor allerlei andere onderdelen van het bewegingsapparaat.

De knie heeft drie gewrichtzakken. Een tussen de knieschijf en het bovenbeen. Een aan de binnenkant (mediaal) tussen bovenbeen en onderbeen en een aan de buitenkant (lateraal.) Zie afbeelding 1 aan rechterzijde.

Lingehoeve Diergeneeskunde heeft de beschikking over een aantal diagnostische middelen zoals röntgen, echografie, scintigrafie en een CT-scan om problemen in het kniegewricht op te sporen en in beeld te brengen.

Het Klinisch Onderzoek

De inspectie en palpatie. Voor de soepele werking van de pezen en gewrichten produceert het lichaam van een paard een soort vloeistof. Door een infectie of door overbelasting kan de productie toenemen, waardoor de holte overvuld raakt. Tijdens een klinisch onderzoek ziet de dierenarts dan een uitpuiling of zwelling aan de knie.

Een overvuld kniegewricht wordt ook wel mouw genoemd (zie afbeelding 2.) Als een mouw ontstaat door een val of klap, geeft deze vaak aanleiding tot kreupelheid. Daarnaast is het mogelijk dat het gewrichtskraakbeen is aangetast (OC/OCD, zie voor uitleg hieronder) Ook de andere gewrichtzakken (zie kader) kunnen overvuld raken. Deze zijn veel minder duidelijk zichtbaar en worden vaak veroorzaakt door de meniscus en/of problemen met de banden (zie afbeelding 3.)

Afbeelding 2 Afbeelding 3

OC/ OCD is een beengebrek dat ontstaat door een groeistoornis in het bot. OC is een afkorting voor Osteochondrose en OCD voor Osteochondrose Dissecans. Simpel gezegd kan het voorkomen dat er een scheurtje in het bot ontstaat, dat noemen we OC. Bij OCD is het scheurtje verder gegaan, totdat er een stukje bot losscheurt en in het gewricht terecht komt.

Verdovingen

Loopt een paard kreupel dan is de beenzetting van het paard onregelmatig. Dit loopt uiteen van een hele lichte onregelmatigheid die alleen onder bepaalde omstandigheden te merken is, tot een paard dat een van de benen in het geheel niet wil belasten.

Bij problemen aan de gewrichtzak tussen de knieschijf en het bovenbeen is de kreupelheid vaak minder erg dan bij problemen aan de menisci of de kleine banden. Een buigproef (been een minuut hoog opgetild houden) kan pijnlijk zijn waarna het paard nog kreupeler wegdraaft. Door het gewricht te verdoven en daarna de kreupelheid te evalueren wordt vastgesteld of de pijn inderdaad uit het gewricht komt.

Röntgenfoto´s

Een röntgenapparaat kan met behulp van röntgenstralen foto’s maken van de benige onderdelen van de knie. Verkalkingen in de banden of verruwing bij de aanhechting van de banden op het bot, zijn goed zichtbaar. Ook artrose (zie voor uitleg hieronder) is door middel van röntgenopnames te zien. Deze artrose wordt vaak veroorzaakt door andere problemen in de knie (slecht kraakbeen, meniscus of bandproblemen.)

Bij artrose wordt op plaatsen, meestal op de randen van gewrichten, extra bot opgebouwd of bijgevormd. Een paard kan hier erg veel last van hebben. Artrose kan ernstige kreupelheid tot gevolg hebben.

Röntgenopname van de knie van achter naar voren met geringe artrose Röntgenopname van buiten naar binnen
Röntgenopname in gebogen toestand. De meniscus en de banden zijn niet zichtbaar

 

Echografie

Met echografie kunnen afwijkingen in het lichaam van het paard worden opgespoord met voor de mens niet hoorbare geluidsgolven. Het apparaat dat op de huid van het paard wordt gezet, zendt geluidsgolven uit. De teruggekaatste geluidsgolven (echo’s) worden opgevangen en door middel van een computer op een monitor in beeld gebracht. In tegenstelling tot röntgenfoto’s zijn bij het echografisch onderzoek de banden en de menisci wel zichtbaar. Ook het gewrichtsvocht en de pezen die daar lopen kunnen worden waargenomen. Het is echter onmogelijk om door het bot heen te scannen, dus er blijven altijd onderdelen onzichtbaar zoals de kruisbanden en de achterste delen van de meniscus.

De binnenste meniscus. De aanhechting van een knieschijfband.

  

Scintigrafie (botscan)

Lingehoeve Diergeneeskunde is de eerste en enige privé kliniek in Nederland waar scintigrafie bij het paard wordt toegepast. Deze techniek biedt zeer veel mogelijkheden en voordelen voor het stellen van een orthopedische diagnose bij het paard. Het apparaat waarmee het paard gescand wordt, kan zeer minimale botveranderingen waarnemen die de oorzaak van een kreupelheid en/of de abnormale gangen kunnen zijn.

Bij scintigrafie wordt er radioactief materiaal toegediend aan het paard door middel van een injectie. Het paard wordt vervolgens in een speciale onderzoeksruimte ‘gescand’ (niet te verwaren met echografie van weke delen, de controle op drachtigheid bij de merrie of het maken van een CT (lees verder) dat ook scannen wordt genoemd maar geheel iets anders is). Het paard of delen daarvan, afhankelijk wat we onderzoeken, wordt  afgezocht naar plaatsen waar dit radioactieve materiaal zich sterker ophoopt. Dat zijn vaak plekken met een verhoogd metabolisme, bijvoorbeeld waar een ontsteking of een beschadiging aanwezig is, zoals artrose, botcystes (holte in het bot), aanhechtingsproblemen van pezen en verkalkingen.

Artrose en normaal beeld Botcyste

CT-scan

Lingehoeve Diergeneeskunde heeft als enige privé kliniek in Nederland de beschikking over een CT-scan. Met computertomografie (afgekort CT) wordt het lichaam onder algehele anesthesie onderzocht met gebruik van röntgenstraling. De machine, de CT-scan, draait rond de patiënt waarbij ook de tafel wordt bewogen. Op deze manier kunnen er vanuit verscheidene hoeken röntgenstralen door het lichaam worden gestuurd. Een computer bouwt uit de resultaten van de scan een driedimensionale weergave van het onderzochte lichaamsdeel op. Door de grote snelheid van de CT is de onderzoekstijd zeer kort en het paard hoeft daardoor ook maar kort onder algehele anesthesie te worden gebracht.

Deze techniek levert superieure beelden op van zowel harde als zachte weefsels, dus zowel bot, menisci als de kruisbanden worden in z’n geheel in beeld gebracht. Daarbij levert contrastonderzoek nog gedetailleerder beeldmateriaal op. Zeer uniek is de mogelijkheid om de knie van het achterbeen van een volwassen paard in beeld te brengen. Zo kan Lingehoeve Diergeneeskunde nog beter en sneller tot een diagnose komen.

Zie voor meer informatie www.vetct.nl

Een frontale doorsnede, een dwarsdoorsnede en een lengtedoorsnede (met contrastvloeistof) van een knie van een paard.

 

Kijkoperatie

Een andere mogelijkheid om te zien wat er mis is met de knie, is de kijkoperatie. Het voordeel hiervan is dat afwijkingen direct kunnen worden verholpen. Bijvoorbeeld bij OC/OCD  Ook voor deze behandeling moet het paard onder algehele anesthesie worden gebracht. Lingehoeve Diergeneeskunde bepaalt op basis van een van deze diagnostische middelen of combinaties daarvan welke behandeling en/of therapie het beste is voor het paard. Door de aanwezige kennis en kunde kan Lingehoeve Diergeneeskunde alles in ’t werk stellen om knieproblemen op te sporen en te behandelen.

HET PAARD IN ONDERDELEN: DE ONDERVOET

De ondervoet van het paard vormt een belangrijk onderdeel waar zeer veel kreupelheidsoorzaken gelegen kunnen zijn.

De ondervoet 1. pijpbeen 2. kootbeen 3. kroonbeen 4. hoefbeen 5. sesambeen 6. straalbeen 7. kootgewricht 8. kroongewricht 9. hoefgewricht 10. slijmbeurs straalbeen 11. tussenpees 12. oppervlakkige buigpees 13. diepe buigpees 14. sesamschede 15. proximale ophangband straalbeen 16. distale ophangband straalbeen 17. strekpees

De ondervoet van het paard bestaat uit vier beenderen. Het hoefbeen, gelegen in de hoornschoen, daarboven het kroonbeen en het kootbeen. Het vierde en kleinste botje is het straalbeen dat aan de achterzijde van het hoefbeen en het kroonbeen zit. Binnen de hoornschoen vind je de beenderen, maar ook niet-kalkhoudende structuren, de zogenaamde weke delen. Dit zijn de pezen die zorgen voor beweging, de banden die de gewrichten ondersteunen, zenuwen en bloedvaten.

Schematische anatomie ondervoet

Naast de benige structuren zijn er ook veel meer, niet kalkhoudende structuren aanwezig, de zogenaamde weke delen. Weke delen bestaan bijvoorbeeld uit banden die de gewrichten ondersteunen, pezen die zorgen voor beweging, ligamenten/ophangbanden, kapsels van gewrichten en een slijmbeurs. Als laatste structuur treffen we de hoornschoen of hoef aan.

Bij een kreupelheidsonderzoek is het belangrijk dat de oorzaak van de kreupelheid gelokaliseerd wordt. Soms is die aan de buitenkant zichtbaar door zwelling, die bijvoorbeeld warm en pijnlijk is, maar het overgrote deel van de oorzaken verraadt zich niet aan de buitenkant. Door middel van stapsgewijze verdovingen, bepaal je de pijnlijke plek.

Vervolgens worden röntgen- en echografisch onderzoek ingezet, om enerzijds de benige structuren en anderzijds de weke delen in beeld te brengen. Röntgenonderzoek is, ondanks de nieuwste ontwikkelingen op digitaal gebied, niet altijd nauwkeurig genoeg om bepaalde subtiele veranderingen in beeld te brengen. Echografisch onderzoek, dat een goed beeld kan geven van de weke delen, is bij het onderzoek van de ondervoet enigszins beperkt. De hoornige hoef beperkt beeldvorming van essentiële structuren, omdat de echo er ‘niet doorheen kan kijken’ en de vorm van de kootholte maakt het niet altijd mogelijk om alle structuren in beeld te krijgen. Het is wel mogelijk om via de zachte hoorn van de zool bepaalde structuren te bekijken. De voet moet dan voorbereid worden. Het is daarbij wel essentieel dat de zool zeer dun wordt gemaakt en de hoef van tevoren in een nat verband wordt geplaatst, zodat hoorn verweekt en een kwalitatief zo mooi mogelijk beeld kan worden gemaakt. Klemhoeven maken door hun vorm deze benadering ook weer lastig.

Een andere manier van beeldvorming is de CT- scan. Van het desbetreffende onderdeel worden zeer veel röntgenfoto’s gemaakt volgens een zogenaamde ‘plakjes techniek’. Al deze plakjes worden apart bekeken, maar kunnen ook bij elkaar worden gevoegd zodat een 3- dimensionale reconstructie kan worden gemaakt. Al deze röntgenfoto’s leveren zeer veel details op en geven ons ook een beeld van de binnenkant van de beenderen. Als we tijdens het CT-onderzoek contrastvloeistof toevoegen, krijgen we ook de weke delen gedetailleerd in beeld. Deze combinatie van zowel de benige structuren als de weke delen levert superieure beeldkwaliteit van alle structuren, ook in de gebieden die eerder niet of onvoldoende toegankelijk waren.

Aan de hand van de diagnose kan een specifieke therapie worden ingesteld. Die kan bestaan uit goed orthopedisch beslag, lokale behandeling met ontstekingsremmers, de nieuwste gewrichtsmedicaties ( Orthokin® / IRAP® ) en andere behandelingen voor peesletsels ( PRP / Osteokin ® ).

CT opname van hoef met contrast: laesie distale straalbeensband CT opname door kootbeen met contrast: laesie in diepe buigpees

 

Helaas zien we soms bij chronische (langdurige) veranderingen dat het uiteindelijk beter is voor het paard om te stoppen met verdere behandeling.

Als er niet op tijd een duidelijke diagnose is gesteld, kan er geen adequate therapie worden ingesteld en is er geen gerichte revalidatie mogelijk. Sommige paarden worden, omdat het onduidelijk is wat ze hebben, te vroeg in training genomen. Aangezien acute kreupelheden, mits de goede diagnose direct wordt gesteld, beter en doelgerichter kunnen worden behandeld en gerevalideerd, is het raadzaam om ook in deze acute gevallen een CT- scan te overwegen.

De beste zorg voor uw paard!

Kwaliteit, innovatie en laagdrempeligheid. Dat is waar Lingehoeve Diergeneeskunde voor staat. We werken met een team van toegewijde dierenartsen en paraveterinairen die ieder hun eigen interessegebied hebben en op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen.