Gynaecologie

Gynaecologie

De paardenartsen van Lingehoeve Diergeneeskunde hebben veel ervaring met en kennis van de vruchtbaarheidsbegeleiding van het paard. Wij kunnen bij u op stal of op de kliniek de vruchtbaarheidsbegeleiding van uw merrie(s) doen.

Op de kliniek bestaat de mogelijkheid om via een ‘merrie-abonnement’  uw merrie tegen een vast bedrag per seizoen te laten begeleiden. Onder deze begeleiding verstaan wij het rectaal voelen in combinatie met de echografie, exclusief de eventuele medicatie en behandelingen. Elke werkdag kan de eigenaar tijdens het gynaecologisch spreekuur, zonder afspraak, zijn merrie aanbieden om te laten onderzoeken en scannen.

Het gynaecologisch spreekuur is van 17.30 tot 18.00 vanaf 1 maart tot 1 september. Indien nodig kan dit ook in het weekend, na telefonisch contact met de dienstdoende dierenarts, gebeuren.

Naast de begeleiding van fokmerries biedt Lingehoeve Diergeneeskunde andere gynaecologische ingrepen aan, zoals embryotransplantatie, hysteroscopisch onderzoek (het bekijken van de baarmoeder met een camera), het nemen van baarmoederbiopten en het behandelen van cystes in de baarmoeder. Hieronder kunt u meer lezen over de normale en abnormale dracht & mogelijke oplossingen.


Merriebegeleiding

Merriebegeleiding houdt in dat de dierenarts de merrie begeleidt vanaf de hengstigheid tot de geboorte van het veulen een jaar later.

De cyclus van de merrie is seizoensafhankelijk. Zodra de dagen langer worden in het voorjaar komt de cyclus van de merrie op gang en begint ze hengstig te worden. In het najaar als de dagen weer korter worden stopt deze cyclus bij de meeste merries weer, deze periode noemen we de ‘anoestrus’. Er zijn dan geen hormonen in het lichaam die de hengstigheid stimuleren. Het is in de natuur niet handig als een veulen in het najaar of in de winter geboren wordt, want het veulen moet direct met de kudde mee. Er moet voor de merrie genoeg gras (eten) zijn om melk te geven en het veulen kan groeien.

De draagtijd van een paard is bijna een jaar, ongeveer 11 maanden. Dus zal de merrie in het voorjaar of de zomer bevrucht moeten worden om in die periode het volgende jaar een veulen te krijgen.

In het voorjaar wordt de merrie weer cyclisch door toename van de daglichtlengte en kan dus gedekt worden. De cyclus duurt bij de merrie 20-21 dagen, waarvan ze 5-7 dagen hengtig is. Tijdens de hengstigheid groeien er op het ovarium (de eierstok) meestal meerdere follikels (‘eitjes’). Deze follikels produceren hormonen die leiden tot het gedrag dat we zien tijdens de hengstigheid. Voor eigenaren is het vele plassen en soms vervelende gedrag dat merries kunnen vertonen het meest opvallend. Tijdens het ‘schouwen’ zal de merrie de hengst niet afslaan en laat hierdoor aan de hengst blijken dat ze vruchtbaar is en gedekt kan worden.

Van de meerdere follikels op het ovarium zal er meestal 1 follikel doorgroeien en uiteindelijk ovuleren. Het eitje gaat vervolgens via de eierstok naar de baarmoeder, hier moet de bevruchting plaatsvinden. Als de eicel niet bevrucht wordt, sterft deze af.

Na ovulatie ontwikkeld in de eierstok het zogenoemde ‘gele lichaam’(corpus luteum), deze produceert hormonen die de hengstigheid onderdrukken. Als er geen bevruchting heeft plaatsgevonden wordt deze afgebroken, waardoor de merrie na 14-15 dagen opnieuw hengstig wordt en de cyclus opnieuw begint.

Als de merrie wel drachtig is, wordt ze niet meer hengstig doordat het ‘gele lichaam’ niet wordt afgebroken.


Inseminatie

De meeste paarden worden tegenwoordig gedekt door middel van kunstmatige inseminatie. Hierbij bepaald de dierenarts het juiste moment om de merrie te insemineren en moet dus op zoek naar het moment dat de merrie ovuleert. De dierenarts voelt naar de eierstokken, baarmoeder en baarmoedermond. Deze wordt met behulp van de echo in beeld gebracht om te bepalen hoe groot het follikel is, of de baarmoeder goed hengstig is en de baarmoedermond goed open.

Het is vaak nodig om de merrie meerdere keren te controleren om het juiste dekmoment te bepalen. Eerst moet worden gekeken hoe ver de merrie in de cyclus is. Als de merrie niet hengstig is kan worden gewacht tot de volgende cyclus of de merrie kan met behulp van hormonen ‘hengstig gespoten’ worden. Door de merrie te vervolgen kan worden gecontroleerd hoe de cyclus verloopt en het moment van inseminatie worden vastgesteld.

Na het insemineren moet na 1-2 dagen gecontroleerd worden of de merrie heeft geövuleerd, als dit niet het geval is moet soms opnieuw geïnsemineerd worden.


Sperma

Er worden tegenwoordig nog maar weinig merries drachtig gemaakt door natuurlijke dekking. Dit gebeurt vrijwel altijd door middel van kunstmatige inseminatie. Doordat het mogelijk is sperma in te vriezen kan het over de hele wereld worden getransporteerd om merries te dekken. Het is zelfs nog mogelijk om met diepvriessperma van inmiddels overleden hengsten te dekken.

De vorm waarin het sperma wordt aangeleverd heeft wel invloed op het moment van inseminatie, omdat het sperma minder lang vruchtbaar kan zijn.

Vers sperma: vers sperma is ongeveer 48 uur vruchtbaar in de merrie, dit kan overigens per hengst verschillen. Dus er moet geïnsemineerd worden maximaal 48 uur voor tot 6 uur na de ovulatie.

Gekoeld sperma: is korter vruchtbaar, ongeveer 24 uur. Daarom moet er dichter op de ovulatie geïnsemineerd worden.

Diepvriessperma: leeft nog korter, zo’n 12 uur. Daarom moet er tussen 12 uur voor en 6 uur na de ovulatie geïnsemineerd worden. Na ovulatie leeft het eitje nog maar 6 uur, daarom moet er voordat het eitje afsterft worden geïnsemineerd. De begeleiding bij dekken met diepvriessperma is veel intensiever, omdat het moment van ovulatie exacter moet worden bepaald. Het is nodig om de merrie dan meerdere malen op een dag te controleren of ovulatie heeft plaatsgevonden, meestal wordt dan na ovulatie gedekt.


Problemen door de hengstigheid

Sommige merries kunnen door de hengstigheid erg vervelend gedrag vertonen en hierdoor moeilijk zijn in de omgang met de eigenaar. Voorbeelden zijn bijvoorbeeld slaan naar het been, niet willen lopen of erg druk en onrustig zijn.

Er zijn ook merries die helemaal geen hengstigheid laten zien, waardoor het erg lastig kan zijn voor de fokker om het moment om te dekken te bepalen.

Bij merries die ongewenst gedrag tonen tijdens de hengstigheid kan het helpen de merrie in de wei te laten lopen met andere paarden. Maar soms is het nodig de hengstigheid te onderdrukken met hormonen, zoals Regumate®. Dit middel onderdrukt de hengstigheid, maar na het stoppen van geven van dit middel zal de merrie weer normaal hengstig worden. Daarbij wordt dit middel gezien als doping en is het dus belangrijk om bij gebruik tijdens wedstrijden een dierenartsverklaring te hebben.

Uiteraard is het ook een optie de merrie te dekken, tijdens de dracht zal ze geen hengstigheidsgedrag vertonen.


Drachtcontrole

Het vruchtje kan met de echo al te zien zijn vanaf 8 dagen, maar dit is erg lastig omdat het vruchtje erg klein is en zich nog aan het verplaatsen is in de baarmoeder. Daarom wordt de controle vaak uitgevoerd op 17 dagen na de inseminatie, het vruchtje is groter waardoor het duidelijk zichtbaar is en ligt vast in de baarmoeder.

Als de merrie niet drachtig is, begint rond deze periode de volgende hengstigheid weer en kan er opnieuw worden begonnen met het bepalen van het juiste dekmoment.

Als er kans is op een tweelingdracht, als er dus 2 follikels zijn geövuleerd, vindt deze controle eerder plaats op 15-16 dagen. Omdat de vruchtjes dan nog uit elkaar kunnen worden gemasseerd en één vruchtje kapot kan worden geknepen.


Tweelingdracht

Er worden bij paarden zelden 2 gezonde veulens geboren na een tweelingdracht. Dit komt doordat er onvoldoende bloedtoevoer is naar de placenta van beide veulens, waardoor één of beide veulens afsterven. Het is dus een veel voorkomende oorzaak van niet-infectieuze abortus. Er zijn gevallen waar wel één gezond veulen of zelfs twee levende veulens worden geboren, maar deze zijn helaas zeldzaam.

Omdat het risico op abortus erg groot is, wordt er daarom vaak voor gekozen om bij tweelingdracht één van de twee vruchtjes te verwijderen of de merrie hengstig te spuiten en opnieuw te dekken.

Dit is het makkelijkst tussen 14-16 dagen van de dracht. De vruchtjes zijn dan nog mobiel en kunnen uit elkaar gedreven worden, waarna één van de vruchtjes kapot wordt geknepen.

Als een tweelingdracht wordt vastgesteld als de embryo’s al vastliggen in de baarmoeder, maar voor de 30 dagen na dekken, kan de merrie kan opnieuw hengstig worden gespoten.

Een andere optie is in dit geval een allantois aspiratie. Hierbij wordt onder echobegeleiding het vruchtblaasje van één van de vruchtjes leeggezogen waardoor deze afsterft.

Na 35 dagen dracht zijn er nog andere mogelijkheden om de tweelingdracht te beëindigen, maar de slagingskans hierbij is beduidend minder.


Tijdens de dracht

Merries die drachtig zijn kunnen meestal tot zeker de laatste maand van de dracht nog worden gereden. Daarbij is het uiteraard belangrijk om goed naar de merrie te kijken welke belasting ze aankan.

De normale influenza/tetanus-enting kan gewoon jaarlijks gegeven worden. Daarbij kan het verstandig zijn de merrie te vaccineren tegen Rhinopneumonie. Deze vaccinatie moet dan plaatsvinden op 5,7 & 9 maanden van de dracht.

De merrie moet goed ontwormd zijn. Het is verstandig om de merrie twee weken voor de bevalling nogmaals te ontwormen, hiermee wordt de besmetting van het veulen met de ‘veulenworm’ tegen gegaan. De merrie kan deze aan het veulen overbrengen via de melk.

Als uw merrie tijdens de dracht ziek is, is het belangrijk om dit aan uw dierenarts te melden!


Veulenen/de partus

Tekenen dat de bevalling eraan zit te komen kunnen zijn;

  • Toegenomen buikomvang, soms veel vocht onder de buik voor het uier

  • Opuieren, bij sommige merrie’s kan er al melk uit de uier lopen

  • Ingevallen bekkenbanden

  • Gezwolling vulva soms met wat uitvloeiing

  • ‘Kegelen’, een druppeltje dikke, wax-achtige substantie die aan de tepel blijft hangen

Vlak voor het veulenen kan de merrie onrustig worden, let dus goed op het gedrag. De meeste merries bevallen overigens op een rustig moment, als iedereen weg is van stal. Om de eigenaar toch te waarschuwen op het moment van de bevalling zijn er verschillende soorten geboorte-alarmen beschikbaar.

De bevalling hoort plaats te vinden in een schone stal met een dikke laag bodembedekking, zodat het veulen niet uit kan glijden.

Het is belangrijk dat het veulen binnen een paar uur na de geboorte de eerste melk (biest) drinkt, omdat het veulen hieruit belangrijke antilichamen opneemt.


Wanneer de dierenarts bellen?

Als de merrie langer dan 30 minuten actief aan het persen is, maar de bevalling niet vordert, moet u de dierenarts bellen.

Bij een normale bevalling komen eerste de voorpootjes en daarna de neus, is dit niet het geval bel dan ook de dierenarts. Ook als de placenta eerder komt dan het veulen is dit een spoedgeval.


Problemen met drachtig krijgen

Helaas gaat het drachtig worden niet bij alle merries vanzelfsprekend. Als de merrie niet drachtig wordt kunnen hier een aantal oorzaken voor zijn.

Er kan vocht of urine in de baarmoeder aanwezig zijn.

Soms is er infectie van de baarmoeder. Dit kan worden vastgesteld door het maken van een swab van de baarmoeder. Als er bacteriën worden gekweekt kan het noodzakelijk zijn de baarmoeder te behandelen met antibiotica.

Verkeerde conformatie van de vulva kan vooral bij oudere merries een probleem zijn. Hierdoor kan er lucht worden aangezogen of kunnen urine, mest, vocht en bacteriën in de baarmoeder terecht komen en zorgen voor baarmoederinfectie. Merries met een afwijkende conformatie worden door middel van een ‘Caslick operatie’ dichtgezet.

Als er problemen zijn zal de dierenarts verder onderzoek doen en de nodige therapie inzetten.


CEM

CEM is de afkorting van het engelse Contagious Equine Metritis. Dit is een besmettelijke baarmoederontsteking die wordt veroorzaakt door de bacterie Taylorella equigenitalis. De bacterie komt alleen voor bij paarden, vooral volbloeden zijn gevoelig omdat deze alleen worden gedekt door natuurlijke dekking. Deze SOA is niet op andere diersoorten of mensen overdraagbaar en vormt dus geen risico voor eigenaar of berijder. In Nederland wordt deze bacterie bij ongeveer 1% van de paarden aangetoond.

De bacterie veroorzaakt bij merries een baarmoederontsteking die kan variëren van licht en nauwelijks zichtbaar tot een ernstige ontsteking met een vieze, grijze uitvloeiïng. De merrie vertoont geen andere ziekteverschijnselen. De baarmoederontsteking zorgt voor een tijdelijke onvruchtbaarheid en kan in sommige gevallen leiden tot het opbreken van de dracht en weer hengstig worden van de merrie. De symptomen zijn van voorbijgaande aard en kunnen 2 dagen tot 2 weken duren. De meeste merries worden na infectie drager, dit wil zeggen dat ondanks dat ze niet ziek zijn nog wel de bacterie bij zich dragen.

Hengsten kunnen deze bacterie ook bij zich dragen, maar vertonen geen symptomen. Deze symptoomloze dragers kunnen wel zorgen voor verspreiding van de bacterie. Besmetting vindt dan ook meestal plaats door dekking met een hengst die drager. De kans dat dit gebeurd is vrij groot omdat de bacterie makkelijk overdraagbaar is.

Ook bij kunstmatige inseminatie kan de bacterie zich verspreiden via geïnfecteerd sperma of materiaal dat gebruikt wordt bij de dekking.

Om verspreiding te voorkomen staat CEM op de lijst van importeisen voor het exporteren van paarden naar bepaalde landen. Daarnaast wordt door de EU vereist dat alle hengsten die worden ingezet op dekstations getest zijn op CEM.

Dit gebeurt door voorafgaand aan het dekseizoen bij alle hengsten swabs af te nemen van vooraf vastgestelde plaatsen. Door middel van PCR wordt in het lab gekeken of er DNA van de bacterie te vinden is.

Bij merries kan naast het afnemen van swabs ook bloed worden afgenomen in de acute fase van de infectie om de diagnose vast te stellen.

Als de bacterie wordt vastgesteld moet het geslachtsapparaat van de merrie en hengst grondig worden gewassen met desinfecterende zeep en lokaal worden behandeld met antibioticazalf gedurende 9 dagen. Het effect van de behandeling wordt gecontroleerd door 7 dagen na de behandeling opnieuw swabs af te nemen.

Om de infectie te voorkomen zijn goede hygiëne bij dekking en kunstmatige inseminatie erg belangrijk.


Embryotransplantatie

Bij deze techniek wordt het embryo van de ene merrie, biologische moeder, overgezet in een andere merrie, de draagmoeder. Het voordeel hiervan is dat de merrie het veulen niet zelf hoeft te dragen. Dit kan van belang zijn bij merries die moeilijk zelf drachtig worden of merries die in de sport lopen. Maar ook bij genetisch interessante merries wordt deze techniek steeds vaker gebruikt, omdat het de mogelijkheid biedt tot het fokken van meer dan één veulen per jaar van een merrie. Op dit moment wordt deze techniek voornamelijk toegepast bij bewezen fokmerries. Als een merrie zelf internationaal gepresteerd heeft, goedgekeurde hengsten heeft gebracht of paarden die op het hoogste niveau in de sport presteren, wil een fokker graag meerdere nakomelingen per jaar hebben.

Ondanks de mogelijkheden die deze techniek met zich mee brengt, zijn er ook nadelen aan verbonden.

Door de extra handelingen, het spoelen en transplanteren, en de intensievere begeleiding van de merrie die noodzakelijk zijn worden de kosten van de begeleiding uiteraard hoger. Daarbij moet er nog een goede draagmerrie beschikbaar zijn, deze worden soms gehuurd maar kunnen ook eigen merries zijn van de fokker. Omdat deze merrie in vrijwel hetzelfde stadium van de cyclus moet zijn als de donormerrie, is het handig om meerdere merries beschikbaar te hebben als draagmoeder.

Helaas liggen de kansen van een uiteindelijke dracht bij deze techniek wel wat lager dan bij het direct drachtig maken van een merrie.

De begeleiding van een donormerrie is vergelijkbaar met de begeleiding van een merrie die zelf het veulen draagt. De donormerrie wordt zelf gedekt en de bevruchting vindt in de donormerrie plaats. Op de 7e of 8e dag na de ovulatie wordt het embryo, als er bevruchting heeft plaatsgevonden uiteraard, uit de donormerrie gespoeld. Omdat het belangrijk is dat het embryo niet jonger of ouder is dan 7-8 dagen moet het moment van ovulatie nauwkeurig worden bepaald. Daarom zal de merrie dagelijks worden gecontroleerd.

Bij het dekken met diepvriessperma wordt het moment van ovulatie al nauwkeurig bepaald doordat het hierbij gebruikelijk is de merrie meerdere malen per dag te controleren.

Bij het spoelen wordt er via een catheter spoelvloeistof in de baarmoeder gebracht. Deze vloeistof wordt weer afgeheveld en gaat hierbij door een filter waarin het embryo wordt opgevangen. Als er een embryo is gespoeld, wordt deze zichtbaar in het filter onder de microscoop.

Vervolgens wordt het embryo in een draagmoeder geplaatst, waar verschillende opties voor zijn. Er kan een eigen draagmoeder aanwezig zijn of het embryo kan worden opgestuurd naar een embryotransplantatiecentrum. Op zulke bedrijven zijn grote groepen draagmerries aanwezig die worden verhuurd aan de fokker. De drachtige draagmerrie komt op stal bij de merrie-eigenaar tot het spenen van het veulen het jaar erop. Als het spoelen al plaatsvindt op een embryotransplantatiecentrum is het uiteraard niet nodig het embryo op te sturen.

Omdat er kans is op het spoelen van meerdere embryo’s, is het altijd handig een reserve-merrie achter de hand te hebben. In dat geval wordt er dus een tweeling geboren uit twee verschillende draagmerries.

Na het spoelen wordt de donormerrie opnieuw hengstig gespoten, zodat er eventueel een volgende cyclus opnieuw gedekt kan worden.

Na het overbrengen van het embryo in de draagmoeder moet er nog 4-5 dagen gewacht worden tot het resultaat bekend is. Dan is het 12-13 dagen oude embryo zichtbaar op de echo. Helaas slaan niet alle embryo’s die worden overgezet aan, ongeveer 75% van de embryo’s is na 4-5 dagen nog aanwezig. Net als bij normale dracht is er dan nog altijd een kans op vroeg embryonale sterfte gedurende de eerste 6 weken. Het uiteindelijke resultaat is dat bij ongeveer 1 op 4 spoelingen een levend veulen wordt geboren.

Uiteraard hopen we dat de bevruchting, dracht en partus bij uw merrie probleemloos verlopen en wensen we u heel veel succes en plezier met het nieuwe veulen!

De beste zorg voor uw paard!

Kwaliteit, innovatie en laagdrempeligheid. Dat is waar Lingehoeve Diergeneeskunde voor staat. We werken met een team van toegewijde dierenartsen en paraveterinairen die ieder hun eigen interessegebied hebben en op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen.