Bedrijfsbegeleiding

Bedrijfsbegeleiding

Bedrijfsbegeleiding bij melkveebedrijven is een breed begrip, meestal draait bedrijfsbegeleiding om vruchtbaarheid (drachtcontrole en koeien controleren die niet tochtig worden) en het onthoornen van kalveren. Toch kan bedrijfsbegeleiding veel breder zijn.

Veel melkveehouders maken gebruik van de melkcontrole (MPR): iedere vier of zes weken wordt van alle koeien wat melk onderzocht op verschillende waarden. Die gegevens, samen met de hoeveelheid melk die een dier die dag gegeven heeft, worden samengevoegd weergegeven in de PirDap (vergelijkbaar met veemanager). De bedrijfsprestaties komen zo overzichtelijk in beeld.
Wij kunnen die gegevens vervolgens bekijken en naar aanleiding daarvan adviezen geven voor het hele koppel, of juist voor bepaalde individuele dieren. In de loop van de tijd kunnen we zo samen zorgen dat de kengetallen die u als veehouder belangrijk vindt, zo optimaal mogelijk worden.
Zeker nu is het verschrikkelijk belangrijk om koeien optimaal (en dat is niet per se “maximaal”!) te laten produceren: veel veehouders in Nederland moeten door nieuwe regelgeving met minder dieren evenveel melk gaan produceren om het hoofd boven water te houden. Gelukkig is er vaak nog veel te verbeteren met onder andere goede bedrijfsadvisering en –begeleiding.
Hieronder staan verschillende voorbeelden van kengetallen uit de melkcontrolegegevens die we samen met u heel gericht kunnen optimaliseren bij de bedrijfsbegeleiding.

Bedrijfs standaard koe (BSK)
Met de BSK kunnen we de gemiddelde melkgift van koeien vergelijken. De BSK is altijd een gemiddelde waarde van een groep koeien, bijvoorbeeld van alle koeien op één bedrijf, of juist alleen de vaarzen of tweedekalfskoeien. Ook kunnen koeien in de verschillende lactatiestadia met elkaar vergeleken worden.
De BSK geeft eigenlijk aan wat de melkproductie van een koe zou zijn, als zij bij volwassen leeftijd (69-92 maanden) in februari/maart afgekalfd zou hebben en 50 dagen in lactatie zou zijn. Daarnaast wordt er voor nog een aantal factoren gecorrigeerd. Vervolgens wordt van een bepaalde groep koeien het gemiddelde van die waarde genomen om op de BSK uit te komen.
Omdat er rekening gehouden wordt met onder andere het bedrijfsniveau, lactatiestadium, leeftijd van de koe en het jaargetijde van afkalven, is de BSK bij alle melkcontroles onderling te vergelijken. Een afwijkende/tegenvallende BSK heeft dus altijd een oorzaak en is niet te wijten aan het seizoen of het gemiddelde lactatiestadium van koeien. Zo weerspiegelt dit kengetal heel goed het effect van managementfactoren op de melkproductie.
Bij de bedrijfsbegeleiding is de BSK van het bedrijf een belangrijk uitgangspunt, een dalende BSK wijst op verbeterpunten in het management, waar een stijgende BSK het succes van bepaalde managementaanpassingen aantoont. Omdat we bovendien verschillende groepen dieren binnen een bedrijf heel betrouwbaar kunnen vergelijken, kunnen we vrij precies vaststellen waar de meeste winst te behalen is.

Netto Opbrengst (NO) en lactatiewaarde (LW)
De netto opbrengst geeft het bedrag in euro’s weer dat een koe in een jaar kan opbrengen, simpel gezegd: het melkgeld min de voerkosten. De NO wordt gecorrigeerd voor leeftijd bij en seizoen van afkalven en voor de verwachte tussenkalftijd, zodat verschillende groepen dieren betrouwbaar met elkaar vergeleken kunnen worden.
Van de NO wordt vervolgens de lactatiewaarde (LW) afgeleid. De lactatiewaarde is een individueel kengetal, dat we kunnen gebruiken om de prestatie van koeien van één bedrijf onderling te vergelijken. Om de lactatiewaarde te berekenen wordt de gemiddelde NO van alle dieren op het bedrijf genomen en gelijk gesteld met 100. De gemiddelde LW op een bedrijf is dus altijd 100, ongeacht de hoogte van BSK, NO en alle andere kengetallen. De lactatiewaarde van iedere individuele koe wordt dan berekend vanuit de individuele NO van die koe: het geeft weer hoe hoog de individuele NO van die koe is, ten opzichte van de gemiddelde NO van het bedrijf.

Als voorbeeld:
Een bedrijf heeft een gemiddelde een NO van 2575, die NO wordt dan gelijk gesteld aan 100: NO=2575 ~ LW=100. De LW van alle koeien wordt aan de hand van die gegevens vastgesteld, zie als voorbeeld de onderstaande tabel.

De lactatiewaarde kan dus gebruikt worden om te zien hoe een individueel dier het doet ten opzichte van de rest van het koppel. De hoogte van de lactatiewaarde kunt u mee laten wegen in de beslissing of een dier een bijvoorbeeld behandeld of geïnsemineerd moet worden, of juist afgevoerd.
De lactatiewaarde kan ook weergegeven worden als gemiddelde van een groep. Zo is bijvoorbeeld te zien of er sprake is van genetische vooruitgang door te controleren of de vaarzen gemiddeld een hogere lactatiewaarde hebben dan de oudere koeien.

Celgetal en attenties uiergezondheid
Bij de bedrijfsbegeleiding is het verstandig om ook het tankcelgetal te evalueren en (waar nodig) te kijken welke dieren een verhoogd celgetal hebben. Aan de hand van de uitslagen van de MPR kunnen we samen met u beslissen of we van een dier een melkmonster willen nemen om aan de hand daarvan te bepalen welke behandeling mogelijk is.
Bovendien kunnen we met de gegevens uit de uiergezondheidskengetallen uit de MPR ook voor de bedrijfsvoering adviezen geven om de uiergezondheid in het geheel op een hoger plan te krijgen (zie ook uiergezondheid).

Voeding en “productie attenties”
Als de gegevens over de hoeveelheid melk en de melksamenstelling van een dier bij elkaar genomen worden, kunnen we veel zeggen over de gezondheid van een dier. Zo kunnen we inschatten welke dieren mogelijk een verhoogd risico hebben op slepende melkziekte of pensverzuring. Die dieren kunnen we bij een bedrijfsbezoek altijd even bekijken, om vast te stellen of er werkelijk sprake is van een probleem. Op die manier kunnen we veel vroeger ingrijpen als een dier inderdaad ziek is of slepende melkziekte heeft, waardoor ergere problemen (bijvoorbeeld een lebmaagdraaiing) voorkomen kunnen worden.

Bovendien kan de gemiddelde melksamenstelling van bepaalde groepen koeien veel zeggen over de voeding die de dieren krijgen. Zo kunnen we met de module “MPR voeding” een globale inschatting maken over het gehalte energie en eiwit in het rantsoen. Voor een passend advies is het wel heel belangrijk om ook te kijken naar bijvoorbeeld de conditie van dieren en het rantsoen dat voor het voerhek ligt.
Op sommige bedrijven is het heel lonend om zo nu en dan samen met de voervoorlichter, de veehouder (en eventuele medewerkers) en de veearts samen om tafel te gaan zitten voor overleg. Zo kunnen we samen een optimale strategie voor de voeding bepalen.

Vruchtbaarheidskengetallen
We kunnen uit de MPR verschillende vruchtbaarheidskengetallen halen die belangrijk zijn om een beeld te krijgen van de vruchtbaarheid op een bedrijf. De tussenkalftijd is daarvan de meest bekende.
Als we de tussenkalftijd willen optimaliseren, kijken we altijd naar verschillende andere kengetallen. Zo kan het zijn dat de eerste inseminatie gemiddeld pas vrij laat na afkalven plaatsvindt. Ook is het mogelijk dat dieren weliswaar vroeg geïnsemineerd worden, maar slecht drachtig worden (non-return op 65 dagen te laag). Op sommige bedrijven wordt juist de tocht bij “terugkomers” slecht waargenomen, waardoor dieren die niet drachtig zijn, na de inseminatie onnodig lang gust rond blijven lopen.

Het bepalen van een tussenkalftijd die past bij u en uw bedrijf en koeien, is heel belangrijk. Aan de hand van die streefwaarde kunnen wij met alle verschillende cijfers adviezen geven die passen op uw bedrijf en bij uw management. Algemene vruchtbaarheidsadviezen zijn vaak bij iedereen wel bekend, maar het toepassen van de juiste adviezen op het juiste bedrijf valt vaak nog tegen. Wat voor de buurman geweldig werkt, kan voor u juist averechts werken.

Als u meer wilt weten over de begeleiding op het gebied van vruchtbaarheid bij melkkoeien kijk dan bij “vruchtbaarheid”.

Vragen en afspraken
U kunt ons altijd bellen met vragen over bedrijfsbegeleiding en de mogelijkheden op uw bedrijf. Bel dan bij voorkeur tijdens het telefonisch spreekuur van maandag tot en met zaterdag tussen 8:00u en 9:00u, dan zitten onze landbouwhuisdierenartsen voor u klaar.
Voor spoedgevallen zijn wij natuurlijk 24 uur per dag 7 dagen per week bereikbaar.

Uw dieren in goede handen

Onze veeartsen dragen zorg voor de behandeling van zieke runderen, varkens, geiten, schapen en pluimvee. Tevens bieden zij professionele bedrijfsbegeleiding. Ons werkgebied omvat de Betuwe en Rhenen.

Voor het maken van afspraken kunt u van maandag tot en met zaterdag bellen tussen 8 en 9 uur ’s ochtends: 0488-482900. Voor spoedgevallen zijn wij 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar op 0488-482900  (optie 1, landbouwhuisdieren).