Bevalling

Bevalling

Gemiddeld 63 dagen na de dekking is het moment daar: de teef gaat bevallen. Meestal verloopt dit zonder problemen, maar het blijft een spannende gebeurtenis. Een goede voorbereiding is het halve werk. Rust, warmte, optimale hygiëne en geduld zijn toverwoorden tijdens en na de bevalling.

Van tevoren

Het is handig om de teef al te laten wennen aan de plek waar ze kan bevallen. In veel gevallen zal dit een werpkist zijn. Belangrijk is dat deze gemaakt is van materiaal dat schoon, droog en goed te ontsmetten is. De ruimte waar de werpkist staat moet rustig, tochtvrij en goed te verwarmen zijn. Tijdens de bevalling is het handig om een aantal dingen bij de hand te hebben: handdoeken, keukenrol, schaartje, slijmzuigertje, flosdraad (om de navelstrengen af te binden), jodium, thermometer, handschoenen, afvalemmer, weegschaal, warmtelamp en/of kruiken.

De bevalling zelf verloopt in verschillende fases:

De ontsluitingsfase

Wanneer de geboorte nadert gaat de teef op zoek naar een rustig plekje om te bevallen. Vaak is ze ongedurig en vertoont nesteldrang zoals graven en het verscheuren van papier. De lichaamstemperatuur is een redelijk betrouwbare graadmeter om te zien of de bevalling voor de deur staat. Normaal gesproken ligt de temperatuur van een hond tussen de 38 en 39 graden Celsius. Vanaf 12 tot 24 voor de bevalling daalt de temperatuur met gemiddeld 1 graad (dit gebeurt bij 95% van de honden). Soms zijn in deze fase al voorweeën te zien of te voelen. Tijdens deze samentrekkingen van de baarmoeder drijven de pups langzaam richting de baarmoedermond. Deze fase duurt gemiddeld 12 uur. Vervolgens opent de baarmoedermond zich geleidelijk om de pups door te laten. Dit noemen we de ontsluiting. De teef kan hierbij hijgerig zijn en de temperatuur gaat weer omhoog, soms tot wel 1 graad boven normaal.

De uitdrijvingsfase

Het moment waarop de teef begint te persen luidt de uitdrijvingsfase in. Dit betekent dat er een pup in het geboortekanaal (het bekken) is gedreven, waardoor de persweeën worden opgewekt. Hierbij ziet u de buik krachtig samentrekken. Door de druk wordt de pup langzaam naar buiten geduwd. Omdat het geboortekanaal moet worden opgerekt, neemt dit bij de eerste pup vaak wat langer (tot enkele uren) in beslag. Ook de grootte en de ligging van de pups (kop- of stuitligging) spelen een rol in de duur van de uitdrijving. Meestal komt de vruchtblaas als eerste naar buiten, maar het kan ook zijn dat u als eerste een pup ziet en dat de vruchtblaas daarna komt. Zodra u een vruchtblaas of pup ziet in de vulva, mag de teef maximaal 1 uur persen. Is de pup dan nog niet geboren, dan moet u contact opnemen met de dierenarts.

De tijd tussen de geboorte van de pups is gemiddeld 3 kwartier. Het kan ook voorkomen dat er enkele uren tussen 2 pups zit. Dit is geen reden tot bezorgdheid zolang de teef rustig is en niet aan het persen is. Langdurig persen zonder vordering kan betekenen dat de pup niet goed ligt. Laat dit niet langer dan 20 minuten op zijn beloop en bel de dierenarts.

Als de teef 2 tot 3 uur na de geboorte van de laatste pup niet of nauwelijks meer perst terwijl er (vermoedelijk) nog wel pups in de baarmoeder aanwezig zijn, dan is meestal sprake van weeënzwakte. Na onderzoek kan de dierenarts een injectie geven om de weeën weer op gang te helpen.

Nazorg

Een teef die voor de eerste keer bevalt kan soms schrikken van de bewegingen en geluiden van de pups. Stel de teef op haar gemak en let op dat ze niet te wild doet met de pups, leg deze desnoods even (warm!) apart. De meeste teven verlenen zelf postnatale hulp maar soms is uw assistentie nodig.

Meestal worden de pups in de vliezen geboren en trekt de moeder deze kapot om daarna de pup schoon en droog te likken. Doet ze dit niet, dan moet u de vliezen zelf verwijderen anders zal de pup stikken. Een pasgeboren pup kan veel slijm in de neus en bek hebben en dit uit zich in gerochel en benauwdheid. U kunt dan helpen door het vocht uit de neus te vegen en slijm uit het bekje te zuigen met een slijmzuigertje.

De teef bijt meestal de navelstreng door. U kunt deze echter ook zelf verbreken. Doe dit op 2 tot 3 centimeter van de buikwand. Het handigste is afbinden met flosdraad, waarna u de navelstreng doorknipt aan de kant van de nageboorte. Het is verstandig om de navelstreng daarna te ontsmetten met jodium.

Als de teef de pups niet zelf gaat likken, dan kunt u ze met een handdoek droogwrijven. Dit stimuleert de ademhaling en voorkomt afkoeling.

De nageboorte of placenta wordt meestal kort na een pup uitgedreven maar dit is niet altijd het geval. De teef zal meestal de nageboortes snel opeten, er zitten veel voedingsstoffen in. Toch is het aan te raden om de teef niet meer dan 5 nageboortes te laten opeten omdat ze er vaak flinke diarree van krijgen. Er moeten evenveel nageboortes uitgedreven worden als er pups geboren zijn. Als er een nageboorte achterblijft dan kan dit voor flinke problemen zorgen. Een nageboorte lijkt op een brede servetring van enkele millimeters dik.

Zorg dat de pups na de geboorte gemerkt en gewogen worden. U kunt dan goed in de gaten houden of ze voldoende groeien en tijdig gaan bijvoeren als dit niet het geval is.

Twijfelt u of alle pups geboren zijn, laat dit dan altijd controleren door de dierenarts.

Bij twijfels en vragen over het verloop van de bevalling is Lingehoeve Diergeneeskunde 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar.

Wij bieden de zorg die uw huisdier nodig heeft!

Kwaliteit, innovatie en laagdrempeligheid. Dat is waar Lingehoeve Diergeneeskunde voor staat. We werken met een team van toegewijde dierenartsen en paraveterinairen die ieder hun eigen interessegebied hebben en op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen.