Landbouwhuisdieren

Landbouwhuisdieren
Voor de diergeneeskundige werkzaamheden op en rond de veehouderijbedrijven werkt Lingehoeve Diergeneeskunde met vijf fulltime dierenartsen. Zij dragen zorg voor het behandelen van zieke boerderijdieren tot het professioneel begeleiden van de houder van melkvee-, varkens-, geiten-, schapen-, en pluimveebedrijven.
Het werkgebied van de buitenpraktijk strekt zich uit van Tiel tot de grens tussen Driel en Arnhem en van noord tot zuid vanaf Lunteren tot aan de Waal. Voor het maken van afspraken kunt u van maandag tot en met zaterdag van 8.00 uur tot 9.00 uur bellen met het nummer 0488-482900. Voor spoedgevallen kan op elk moment van de dag gebeld worden met nummer 0488-482900.
Meer informatie over Landbouwhuisdieren
Lingehoeve Diergeneeskunde houdt regelmatig lezingen en cursussen (Lingehoeve Veterinaire Educatie) over diverse onderwerpen met betrekking tot de gezondheid van landbouwhuisdieren. Lees meer over de inhoud van de cursussen en de mogelijkheden tot aanmelding.
Als houder van landbouwhuisdieren krijgt u te maken met allerlei ziektes, aandoeningen en infecties bij uw dieren. Lingehoeve Diergeneeskunde besteedt veel aandacht aan het opsporen, bewaken en voorkomen van gezondheidsproblemen bij landbouwhuisdieren. Informatie en advies over preventie en behandeling door Lingehoeve Diergeneeskunde leest u in de onderstaande informatie.
-
Lingehoeve Veterinaire Educatie
- Educatie Landbouwhuisdieren
- Cursus Medicijngebruik
- Cursus Uiergezondheid
- Cursus Fertiliteit
- Gezondheidszorg en verloskunde
kleine herkauwer - Stageplaatsen
-
Preventie en behandeling van
- Vogelgriep
- Het voorkómen van geboorteproblemen
- Rundveeverzekering
- Neospora-abortus
- Bovine Virus Diarree
- IBR
- Pinkengriep
- Longworminfectie bij jongvee
- Verwerpers
- Kalfjes onthoornen
- Uiergezondheid
- Vaccinaties bloed/zomerlongontsteking
ziektes bij Landbouwhuisdieren
Vogelgriep
Vogelgriep (aviaire influenza) is een zeer besmettelijke virusziekte die overdraagbaar is op pluimvee en op een aantal andere vogelsoorten. Vaccinatie is een alternatief voor afschermen en een van de manieren om de kans op besmetting en verspreiding van vogelgriep tegen te gaan.
Houders van hobbypluimvee en buitenuitloopkippen mogen vanaf 1 augustus tot 1 augustus 2007 hun dieren weer laten vaccineren tegen vogelgriep. De nieuwe vaccinatie geldt niet alleen voor kippen, kalkoenen, ganzen en eenden. Ook vele andere hobbydieren mogen gevaccineerd worden, onder andere zwanen, pauwen, kwartels en patrijzen. De vaccinatie geldt ook voor commercieel gehouden (biologische) kippen met vrije uitloop. Dit zijn zogenoemde 'buitenuitloopkippen': kippen die vrij in- en uit hun hok kunnen lopen.
Voor het vaccineren van uw dieren kunt u contact opnemen met Lingehoeve Diergeneeskunde. Bij het eerste bezoek worden de dieren gevaccineerd en wordt u geregistreerd als hobbydierhouder of commerciële pluimveehouder (enkel buitenloopkippen) die zijn dieren heeft laten vaccineren. U krijgt een ontvangstbevestiging met een persoonlijke nummer (UBN-nummer). Na drie tot vier weken volgt een tweede vaccinatie. Tijdens het derde bezoek wordt bloed afgenomen voor onderzoek. Lingehoeve Diergeneeskunde vult de vaccinatieverklaring in en u ondertekent mee voor akkoord. U ontvangt een doorslag van de vaccinatieverklaring en bewaart deze gedurende 3 jaar. Na vaccinatie moet u alle sterfte en ziekteverschijnselen van uw (on)gevaccineerde dieren melden bij uw dierenarts. Sterfte van gevaccineerde dieren moet u tevens vermelden in uw mutatieregister. U kunt hierop worden gecontroleerd door de Algemene Inspectiedienst (AID). Tot slot mogen gevaccineerde dieren niet zomaar worden vervoerd. Hobbydierhouders moeten hiervoor een ontheffing aanvragen via het Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit-Loket (LNV-Loket).
Vaccinatie is vrijwillig. Het vaccin is ongeveer een jaar werkzaam, dus ook nog in de najaarstrek van wilde vogels eind 2007. De kosten van de vaccinatieprocedure zijn voor eigen rekening. De kosten van het bloedonderzoek neemt het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voor zijn rekening.
Het voorkomen van geboorteproblemen bij runderen
Door onvoldoende observatie kan het afkalftijdstip, het moment waarop de koe haar kalveren gaat werpen, worden gemist. Voornamelijk bij zeer zware kalveren kunnen er onvoldoende aanwijzingen zijn van een aan de gang zijnde geboorte. Als gevolg hiervan wordt de keizersnede te laat uitgevoerd en het kalf wordt dood of sterk verzwakt geboren.
Voorkomen
Probeer geboorteproblemen te voorkomen door het afkalftijdstip vast te stellen. De gemiddelde drachtduur bedraagt 285 dagen, met een marge van ongeveer tien dagen voor en na datum. Let op de volgende tekenen die wijzen op een naderende geboorte: een gespannen uier, verweking van ligamenten en pezen en losse bekkenbanden (staarttop kan omgeplooid worden waarbij de opening in de bocht volledig dicht gaat). Houd de koe zowel overdag als ’s nachts goed in de gaten. Deze methode is echter tijdrovend en vermoeiend en op grote bedrijven gedurende een kalfseizoen niet vol te houden. Een televisiecamera met beeldscherm in de woon- of slaapkamer kan uitkomst bieden.
Aan het einde van de dracht stijgt de lichaamstemperatuur van de koe met bijna 1 graad Celsius om vlak voor de geboorte (minder dan 24 uur) met bijna 1 graad te dalen. De temperatuurmeting dient dagelijks op hetzelfde tijdstip uitgevoerd te worden, liefst voor het voederen. Deze methode is niet 100% betrouwbaar, omdat koortstoestanden te wijten aan ontstekingen of infecties (bijvoorbeeld uier- of klauwontstekingen) de temperatuurdaling kunnen maskeren. Maak gebruik van elektronische afstandgestuurde bewakingssystemen. Er zijn systemen die het op gang komen van de weeën signaleren (voorbeeld: Agritronics). Daarnaast bestaat er afstandgestuurde controle van de lichaamstemperatuur. Dit gebeurt om de vijf minuten, met weergave van de temperatuurcurve op de computer en een alarm bij nadering en begin van de geboorte. Het is een zeer eenvoudig te plaatsen en zeer efficiënt systeem. Deze apparatuur kan ook een melding doorgeven via de GSM. (voorbeeld Radco).
Lingehoeve Diergeneeskunde raadt aan om bij alle dieren die duidelijke tekens van naderende geboorte vertonen in de vooravond ( 21 á 22 uur) een controle uit te laten voeren op de toestand van de baarmoedermond. Bij een ontsluiting vanaf twee vingers breed (drie á vijf centimeter) wordt systematisch een keizersnede uitgevoerd. Het tijdig uitvoeren van de keizersnede heeft als voordeel dat de baarmoeder nog relatief rustig en niet vermoeid is. Het kalf wordt dan zonder zuurstofgebrek geboren wat erg bevorderlijk is voor het verloop van de operatie, het helingsproces, de vitaliteit en de biestopname van het kalf.
Rundveeverzekering
Risico’s op sterfte en noodzakelijke afvoer/afmaken door ziekte en ongeval en diefstal, vermissing en verduistering van landbouwhuisdieren, kunnen door een rundveeverzekering worden gedekt. Bedrijven met melkkoeien, jongvee, dekstieren, vleesstieren en zoogkoeien en hun nakomelingen komen voor een rundveeverzekering in aanmerking.
Enkele grote verzekeraars, zoals Delta Lloyd, Univé en Fortis ASR hebben een zogenaamde catastrofe verzekering voor rundvee. Voorwaarde is wel dat meerdere dieren, door een zelfde schadeoorzaak, op hetzelfde tijdstip getroffen moeten zijn. Bijvoorbeeld wanneer een ziekte of een vergiftiging meerdere slachtoffers eist of wanneer vrijwel de gehele veestapel moet worden afgevoerd. Ook bij uitbraken zoals de MKZ (veewetziekten) van enkele jaren geleden, zijn er vergoedingen geregeld. Een ander voorbeeld is de ziekte paratuberculose. Deze infectie kan jarenlang schade tot gevolg hebben. Dit wordt beschouwd als dezelfde schadeoorzaak op hetzelfde tijdstip, ook al duurt het jaren. Sommige verzekeraars hanteren daarbij wel een jaartermijn.
Naast dekking van de schade aan het vee worden in veel gevallen ook bijkomende zaken als extra dierenartskosten en onderzoekskosten vergoed. Dit verschilt per verzekeraar. Wanneer een schade wordt gemeld aan de verzekeraar, wordt er een expert aangesteld die, samen met Lingehoeve Diergeneeskunde, voor begeleiding zorgt en de schade vaststelt.
Neospora-abortus
Neospora caninum is een eencellige parasiet die in 1984 voor het eerst bij een hond werd ontdekt. Dit verklaart de toevoeging ‘caninum’ (Latijn voor hond). Een besmetting met neospora caninum veroorzaakt abortus, steenvruchten en slechte vruchtbaarheid bij runderen. Als een koe besmet is, blijft ze dat gedurende de rest van haar leven. De kans op weer een abortus is twee tot drie keer groter dan bij een niet besmet dier. En mocht er een kalf geboren worden dan is de kans 90% dat deze ook besmet is (verticale besmetting).
Hoe vindt de besmetting plaats?
Onderzoek heeft uitgewezen dat besmetting kan plaatsvinden via honden. Honden kunnen zich besmetten met Neospora door contact met vruchtwater, nageboorte of verworpen vruchten van runderen. In de hond plant de parasiet zich voort en gaat eitjes produceren die met de ontlasting van de hond worden uitgescheiden. Als de ontlasting in het voer komt van de koe, kan deze besmet worden (horizontale besmetting). Als de parasiet de moederkoek en de vrucht besmet, kan er een abortus optreden en komt deze buiten het lichaam. De vrucht en de nageboorte bevat de parasiet. Dieren die hiervan eten kunnen weer besmet worden.
Bestrijding Neospora-virus
Opsporen
U kunt uw hond laten onderzoeken op Neospora. Er bestaat zowel een ontlasting als een serologisch onderzoek waarmee kan worden aangetoond of een hond besmet is met Neospora.
Bewaking
Veehouders kunnen zich aanmelden voor het Tankmelkabonnement van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD). Er wordt dan drie keer per jaar een tankmelkmonster onderzocht op Neospora-afweerstoffen. Als de uitslag gunstig is, krijgt u eenmaal per jaar een overzicht van de tankmelkuitslagen. Als uit het tankmelkonderzoek en een controleonderzoek wel een besmetting blijkt, krijgt Lingehoeve Diergeneeskunde en u als veehouder hiervan bericht met een advies over de te volgen strategie.
Meer informatie over het GD Tankmelkabonnement kunt u vinden op de website van de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD).
Voorkomen
Probeer besmetting te voorkomen door:
- geen besmette dieren aan te kopen. Door aan te kopen dieren vooraf te onderzoeken voorkomt u aankoop van besmette dieren.
- te voorkomen dat het voer en het drinkwater van de runderen wordt verontreinigd door hondenontlasting.
- te voorkomen dat de hond besmet materiaal kan eten (verworpen vruchten, nageboorte, vruchtwater, rauw vlees).
- de hond niet in de afkalfstal of op de roosters van de ligboxenstal toe te laten.
Bovine Virus Diarree
Het Bovine Virusdiarree (BVD) is een wereldwijd voorkomende infectie bij rundvee. Het virus dat BVD veroorzaakt, behoort samen met het Borderdiseasevirus (BDV) en het Klassieke Varkenspestvirus (KVP) tot de Pestivirussen. BVD veroorzaakt bij infectie, behalve diarree, voornamelijk weerstandsvermindering. Daardoor kunnen ook andere ziekten de kop opsteken zoals luchtwegproblemen door bijvoorbeeld pinkengriep of diarree door coccidiose bij kalveren. Bij koeien zien we ook vaak verwerpen, vruchtbaarheidsstoornissen, de geboorte van afwijkende en/of zwakke kalveren (bijvoorbeeld oog-, vacht- en hersenafwijkingen) en de geboorte van dragerkalveren. Dit zijn kalveren die in de eerste vier maanden van de dracht zijn besmet en die de rest van hun (vaak korte) leven grote hoeveelheden virus verspreiden.
Hoe vindt de besmetting plaats?
Het BVD-virus kan worden overgebracht via speeksel, neusuitvloeiing, traanvocht, melk, sperma, mest en urine. BVD-virusdragers zijn de voornaamste bron van verspreiding van BVD-virus binnen de rundveepopulatie, omdat zij continu virus uitscheiden. Op bedrijven die vrij zijn van BVD, kan het virus binnenkomen door het aankopen van vee, sperma, embryo's of door (menselijk)contact met andere runderen.
Bestrijding BVD-virus
Opsporen
Om erachter te komen hoe de BVD-status van uw bedrijf is en waar de dragers zich waarschijnlijk bevinden, is de BVD-quickscan ontwikkeld (melkvee). De BVD-quickscan is een combinatie van drie onderzoeken: tankmelkonderzoek op BVD-virus om virusdragers vast te stellen bij melkgevende dieren, tankmelkonderzoek op afweerstoffen om vast te stellen of het melkvee de afgelopen jaren in aanraking is geweest met het virus en bloedonderzoek op afweerstoffen bij vijf jonge dieren om vast te stellen of jongvee recent in aanraking is geweest met het virus. Als het bedrijf virusvrij is, krijgt het een BVD-vrij-certificaat. Neem contact op met Lingehoeve Diergeneeskunde voor advies en vragen over de mogelijkheden op uw bedrijf.
Bewaking
De bewaking van de BVD-vrij status gebeurt twee maal per jaar door middel van vijf bloedmonsters van jongvee van acht tot twaalf maanden oud. Deze onderzoeken worden door de Gezondheidsdienst (GD) aangestuurd. Hiervoor moet u zich abonneren. Zie de website voor meer informatie.
Voorkomen
Vaccinatie tegen BVD is een snelle en zekere weg om uw veestapel te beschermen en zo schade te voorkomen. Omdat BVD zo frequent voorkomt, zal ieder rundveebedrijf de ziekte actief moeten bestrijden. U kunt uw veestapel door Lingehoeve Diergeneeskunde voor de inseminatie laten enten. Dit beschermt de foetus en voorkomt dat er nieuwe dragers worden geboren. Het vaccin heeft geen negatieve invloed op de melkgift.
Entschema

IBR
IBR is de afkorting van Infectieuze Bovine Rhinotracheïtis. Het wordt ook wel een koeiengriep genoemd. IBR is een ziekte die een ernstige ontsteking van de voorste luchtwegen geeft en weerstandsverminderend werkt. De belangrijkste symptomen van IBR zijn neusuitvloeiing, rode slijmvliezen, versnelde ademhaling, hoesten, verminderde eetlust, koorts, verminderde productie en soms verwerpen (onder een verwerper wordt een rund verstaan dat spontaan 21 dagen eerder dan de gemiddelde draagtijd werpt en waarvan de dracht meer dan 100 dagen heeft geduurd). De veroorzaker van IBR, het bovine herpesvirus, blijft na een infectie levenslang in de koe aanwezig. Door stress kan het virus weer actief worden (reactivatie): de koe gaat opnieuw virusdeeltjes uitscheiden en kan zo andere runderen besmetten waardoor opnieuw een uitbraak kan ontstaan.
Bestrijding IBR-virus
Opsporing en bewaking
Wilt u IBR-vrij worden dan kan dit via bloedonderzoek, waarbij binnen vier maanden het certificaat wordt behaald, of via IBR-tankmelkonderzoek dat minimaal twee jaar duurt. Het bloedonderzoek op afweerstoffen tegen IBR kan door Lingehoeve Diergeneeskunde worden uitgevoerd bij alle runderen ouder dan 12 maanden. Heeft het jongvee jonger dan 12 maanden mogelijk contact gehad met niet-IBR-vrije runderen (aankoop of in- en uitscharen), dan is het noodzakelijk dat bloedmonsters van alle runderen ouder dan zeven dagen worden onderzocht op afweerstoffen. Het is niet toegestaan om vanaf vier weken voor het certificeringonderzoek runderen van niet-IBR-vrije bedrijven aan te voeren.
Blijkt geen van de onderzochte runderen na twee jaar IBR-tankmelkonderzoek besmet te zijn, dan ontvangt het bedrijf het IBR-vrij certificaat.
Voorkomen
Door de problemen met de Bayer-entstof is een aantal jaren weinig of niet gevaccineerd tegen IBR in Nederland. Hierdoor neemt de infectiedruk de laatste tijd weer flink toe. Door deze toenemende infectiedruk is het voor zowel IBR-vrije als niet IBR-vrije bedrijven zinvol te vaccineren. U kunt uw dieren door Lingehoeve Diergeneeskunde laten vaccineren tegen het IBR-virus met Bovilis IBR marker van Intervet.
Entschema

Pinkengriep
Pinkengriep is een virusinfectie, die op alle rundveebedrijven voorkomt. Alle kalveren krijgen in de late herfst en de vroege winter van hun eerste jaar te maken met pinkengriep. Onder invloed van vochtige weersomstandigheden kan het virus zich snel verspreiden en een ernstige luchtweginfectie geven. Het gevolg hiervan is groeivertraging met soms een bacteriële longontsteking.
Bestrijding pinkengriep
Een tijdige enting, aan het eind van de zomer, biedt een goede bescherming tegen de klinische symptomen en beperkt de aantasting van de longen. Lingehoeve Diergeneeskunde raadt u aan de dieren vanaf zes weken oud twee keer per jaar te enten. Er wordt een dode entstof gebruikt, die beschermt tegen pinkengriep, para-influenza en Pasteurella. De belangrijkste veroorzakers van luchtweginfecties bij kalveren (naast IBR en BVD). Huisvest het jongvee in het eerste stalseizoen gescheiden van de oudere dieren, die voor hen de belangrijkste besmettingsbron zijn.
Longworminfectie bij jongvee
Als het jongvee in het voorjaar naar buiten gaat, nemen ze met het gras longwormlarven op, die via de darmen naar de lever trekken en vervolgens naar de longen, waar ze volwassen longwormen worden. Deze volwassen longwormen kunnen veel schade geven (hoesten, longontsteking, groeivertraging, sterfte). De eitjes en later larven van deze longworm worden opgehoest, doorgeslikt en via de mest op het land verspreid.
Bestrijding Longworminfectie
Door dieren voordat ze de wei in gaan te vaccineren wordt er op natuurlijk wijze weerstand opgebouwd tegen longworm. Door middel van vaccinatie via de bek wordt de natuurlijke besmettingsroute nagebootst zonder dat de dieren ziek worden. Bij normale weidegang is vaccinatie de basis voor levenslange bescherming. In tegenstelling tot vele preventieve behandelsystemen met langwerkende wormmiddelen staat vaccinatie wel een goede immuniteitsopbouw toe.
Entschema

Vanaf het moment van de eerste enting tot tien dagen na de tweede enting mogen geen anthelmintica (middelen tegen worminfecties) in het dier aanwezig zijn die enige werkzaamheid tegen longworm bezitten. Stel de dieren tot twee weken na de tweede vaccinatie niet bloot aan een weidebesmetting.
Verwerpers
Om Brucellose-uitbraken op te sporen is bloedonderzoek van verwerpers belangrijk. Onder een verwerper wordt een rund verstaan dat spontaan 21 dagen eerder dan de gemiddelde draagtijd werpt en waarvan de dracht meer dan 100 dagen heeft geduurd. Brucellose is een infectieziekte die wordt veroorzaakt door bacteriën uit het geslacht Brucella. Naast de miskramen bij dieren zijn er meestal weinig andere symptomen, waardoor brucellose niet direct wordt opgemerkt en de bacterie zich ongestoord kan uitbreiden. Vooral bij een miskraam wordt een grote hoeveelheid bacteriën met de vrucht naar buiten gebracht.
Bloed van verwerpers moet dan ook worden ingezonden voor onderzoek. Als u een verwerper heeft dan bent u verplicht binnen acht dagen na het verwerpen bloed af te nemen voor onderzoek op Brucella abortus. Omdat een verwerper, tot het tegendeel bewezen is, wordt beschouwd als een verdacht rund, mag de verwerper tussen datum bloedafname en datum uitslag niet worden afgevoerd. De overheid betaalt de gemaakte kosten door Lingehoeve Diergeneeskunde en de onderzoekskosten. Tegelijkertijd kan Lingehoeve Diergeneeskunde de nageboorte van de koe verwijderen en een nageboortenpil plaatsen. Ook ander werk kunt u natuurlijk combineren met deze gratis visite.
Heeft u te veel verwerpers gehad (meer dan 3% per jaar) of te veel in een korte periode of in een bepaalde groep? Laat het bloed dan ook gelijk eens onderzoeken op afweerstoffen tegen Neospora en/of BVD.
Kalfjes onthoornen
Als een kalf wordt onthoornd moet het wettelijk eerst worden gesedeerd (bewustzijn verlagen) met een spierverslapper. Daarna wordt de zenuw van de hoorn plaatselijk verdoofd, om de pijngeleiding te blokkeren. Hierna is een pijnloze onthoorning mogelijk. U mag zelf onthoornen, maar mag niet beschikken over beide injectiemiddelen. De Algemene Inspectiedienst (de controle- en opsporingsdienst van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) ziet streng toe op de wijze van onthoornen. Dit houdt in dat u dient te beschikken over visitebonnen en rekeningen, waarop staat aangegeven dat ofwel Lingehoeve Diergeneeskunde de kalveren heeft onthoornd of dat u dit heeft gedaan na verdoving door een van de dierenartsen van Lingehoeve Diergeneeskunde.
Uiergezondheid
Uierontstekingen of mastitis komen op alle melkveebedrijven voor. Mastitis is een infectie van het melkklierweefsel. Klinische mastitis kan zich uiten in afwijkende melk en/of een hard, warm of pijnlijk kwartier (zie kader). Subklinische mastitis is een uierontsteking, waarbij de melk en de uier geen zichtbare afwijkingen vertonen en de koe niet ziek is. Wel is er sprake van een verhoogd celgetal en is de melkproductie lager dan normaal. Het celgetal wil zeggen het aantal cellen dat zich bevindt in 1 ml melk. In de melk bevinden zich altijd wel enkele cellen, bijvoorbeeld afkomstig van uierweefsel van de koe en afweercellen van het immuunsysteem van de koe. Hoe hoger het celgetal, hoe hoger de kans op de aanwezigheid van mastitis. De belangrijkste oorzaken van mastitis zijn drie bacteriën (COLI-ACHTIGEN, STREPTOKOKKEN en STAPHYLOCOCCEN) en ongunstige omstandigheden voor de koe.
Behandeling van klinische mastitis
Klinische mastitis kent twee vormen van genezing. De eerste vorm is een klinische genezing met behulp van antibiotica. Om een juiste behandeling in te kunnen stellen moet bekend zijn om welke bacterie het gaat. Hiertoe bepaald Lingehoeve Diergeneeskunde door middel van een celgetalmeter om welk(e) kwartier(en) het gaat. De hoogcelgetalkwartiermonsters worden vervolgens in het laboratorium van Lingehoeve Diergeneeskunde onderzocht op aanwezige kiemen en antibiotica-gevoeligheid. De antibiotica zorgt er voor dat de klinische verschijnselen, zoals vlokken, waterige melk, koorts en zwelling van het kwartier, zijn verdwenen. Het gemiddeld klinisch genezingspercentage is hoog (80 tot 100 procent). De tweede vorm van genezing is een bacteriologische genezing. Ongeveer een week na het afkalven kunt u melkmonsters nemen voor bacteriologisch onderzoek en kwartiercelgetalbepaling. De tests kunnen aangeven of de bacterie die de mastitis heeft veroorzaakt na behandeling is verdwenen.
Lingehoeve Diergeneeskunde kan u advies geven over de therapie en de prognose.
Behandeling van subklinische mastitis
Het kwartiercelgetal van een gezonde koe is lager dan 250.000 cellen per ml melk. Voor een vrouwelijk rund dat één kalf heeft gekregen (vaars) is dit minder dan 150.000 cellen per ml. Dieren met een celgetal boven deze grens hebben te maken met een (sub)klinische mastitis. Met het BO-Celgetal programma van de Gezondheidsdienst voor Dieren en van Linghoeve Diergeneeskunde is te achterhalen welk kwartier is besmet en welke verwekker in het spel is. Pas als de verwekker bekend is, is er inzicht of en zo ja, welke behandeling een goede kans van slagen heeft. Behandelingsmogelijkheden staan vermeld op de zogenaamde Mastitiswijzer van Lingehoeve Diergeneeskunde. Iedere melkveehouder krijgt deze in januari toegezonden.
De uier bestaat uit 4 kwartieren, welke allemaal een speen hebben. Een kwartier bestaat uit een aantal kleine blaasjes die allemaal 2 druppels melk bevatten. In de uier zitten in totaal ongeveer 2 miljard blaasjes. Bij het kwartiercelgetal worden de vier celgetallen van een koe met elkaar vergeleken. Wijkt een kwartiercelgetal sterk af, dan is dit kwartier geïnfecteerd. Het celgetal van een gezond kwartier ligt in ieder geval onder de 250.000 cellen per ml melk. Wordt een bacterie aangetroffen bij een laag celgetal, bijvoorbeeld beneden de 50.000, dan duidt dit meestal op een slotgat- of tepelkanaalbesmetting. Vaak is dan bij de monstername de speen(punt) onvoldoende gedesinfecteerd of zijn de eerste stralen melk niet weggemolken. Wanneer in zo'n geval het kwartiercelgetal niet bepaald zou zijn, dan was het risico van een verkeerde interpretatie groot.
Vaccinaties bloed/zomerlongontsteking bij ooien
De ziekte Het Bloed wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium perfringens en treedt vooral op bij lammeren. Als de lammeren zeer abrupt overgaan op eiwitrijk voedsel, bijvoorbeeld de weide in gaan, kunnen Clostridiumbacterien zich sterk vermenigvuldigen. De bacteriën veroorzaken bloedvergiftiging. U kunt een of meerdere dode lammeren in de wei aantreffen. Vaak zijn het de beste, snelst groeiende lammeren die het eerste sterven. Zomerlongontsteking wordt veroorzaakt door de bacterie Pasteurella haemolytica. De naam Zomerlongontsteking is enigszins misleidend: longaandoeningen veroorzaakt door Pasteurella haemolytica zorgen vanaf het voorjaar tot ver in de herfst voor problemen. De uitbraken beginnen met enkele lammeren die plotseling sterven, eventueel in combinatie met een groot aantal lammeren welke chronisch hoesten en een conditievermindering.
Het eerste type uitbraak heeft vooral acute sterfte bij jonge lammeren en zomerlongontsteking tot gevolg. Het tweede type kent een piek in de periode oktober tot en met december, de symptomen zijn vooral plotselinge sterfte door bloedvergiftiging. Zieke dieren kunnen behandeld worden met antibiotica, de behandeling komt echter vaak te laat. Nu de meeste ooien weer gedekt zijn is het verstandig

